Het dorpje Eijgelshoven. Ik zou me sterk verwonderen als u er ooit van gehoord had. En dat was hoogstwaarschijnlijk ook zo gebleven als ik nu niet de gelegenheid had om u er iets meer over te vertellen. Verscholen tussen de heuvels van oostelijk Zuid-Limburg herbergde het nietige dorpje maar liefst twee steenkoolmijnen. Een groot gedeelte van de mannelijke beroepsbevolking verdiende er dan ook het dagelijks brood. Mijnwerker, een zwaar beroep met een eigen werkcultuur. Een cultuur waar kameraadschap en burendienst met een hoofdletter werden geschreven. In dit dorp werd ik in 1957 geboren. U raadt het wellicht al, als zoon van een mijnwerker. Mijn vader werkte hard, draaide vaak dubbele diensten om financieel het hoofd boven water te kunnen houden. Dit was geenszins een belemmering voor een gelukkige en zorgeloze jeugd hetgeen zeker een verdienste te noemen is van mijn ouders. Ook herinner ik me dat mijn vader zijn spaarzame vrije uurtjes vol overgave achter zijn geïmproviseerde schildersezel verbracht, voor even de beslommeringen van het harde mijnwerkersbestaan vergetend. Of daar de basis voor mijn fascinatie voor het tekenen en schilderen is gelegd is moeilijk te zeggen. Het zou goed kunnen!